Menü Startseite

Mijn rug en ik

Mijn rug en ik

Amsterdam, april 2021 door Marije van Urk.

Eigenlijk ben ik altijd heel lenig geweest, ik kon vóór- en achterover kopjeduikelen of een vogelnestje in de ringen maken, alles ging me makkelijk af. Tot op een gegeven moment, net zo´n beetje na de geboorte van mijn derde kind, mijn rug niet meer meewilde en stijf en pijnlijk werd. Eerst dacht ik dat het vanzelf wel over zou gaan, maar na een paar weken ging ik toch naar de huisarts. Dokter Israëls was een oudere, lieve man die me eerst voorover liet buigen en toen tot de conclusie kwam dat ik met gestrekte knieën heel goed met mijn vingers de vloer kon aanraken. “Ach ja”, zei hij: “je hebt ook zo´n druk leven met je drie kleine kinderen. Probeer te ontspannen en vooral goed oefeningen doen.”

Daar kon ik het mee doen, maar helpen deed het niet en bovendien kwam er een crisis in mijn huwelijk, gepaard gaand met financiële problemen, waardoor ik me genoodzaakt voelde op het moment dat de jongste naar de kleuterschool ging, parttime te gaan werken om in ieder geval een levensverzekering ten behoeve van de kinderen af te sluiten. “Parttime” zeiden we toen nog niet, het heette toen “halve dagen werken” en dat ging nog uitsluitend via een uitzendbureau. Toen de huiselijke omstandigheden niet meer te harden waren, vroeg ik een scheiding aan en zowel de financiële problemen als de pijn in mijn rug werden erger. Als ik er al eens met een dokter over praatte, moest ik altijd vooroverbuigen en met mijn vingertoppen de vloer aanraken, waarna het advies altijd was: “vooral ontspannen en veel oefenen”. Na al die zogenaamde adviezen en vooral de mededeling dat je zo goed met je vingers bij de grond kunt komen, ga je je natuurlijk een hypochonder voelen en durf je niet meer naar een arts toe te gaan.

Zo gingen de jaren voorbij met ontspannen, oefenen, voor de kinderen zorgen en proberen beter werk te krijgen, tot ik hoorde dat de Vrije Universiteit een eigen congresbureau wilde oprichten. Officieel was er toen nog niets met mijn rug aan de hand, dus werd ik goed gekeurd. Het was bijzonder leuk werk en het beviel me dan ook uitstekend, maar op een gegeven moment speelde mijn rug toch weer op en ik kwam bij de bedrijfsarts terecht. Natuurlijk moest ik weer vooroverbuigen en met mijn vingertoppen de vloer aanraken en natuurlijk was het advies weer “vooral ontspannen en veel oefenen”. Deze keer kreeg ik er nog tot troost bij dat 65 procent van de Nederlandse bevolking wel eens rugklachten had.

Het toeval wilde, dat één van de wetenschappelijke congressen die we organiseerden, over “lage rugpijn” zou gaan. Ik dacht: “Nu of nooit” en vroeg aan één van de organisatoren of hij ook eens naar mijn rug zou willen kijken en alles veranderde. Voor het eerst na vijftien jaar werd mijn rug echt goed onderzocht en kreeg ik een serieuze reactie. Eindelijk zag men dat mijn rug niet boog als ik met mijn vingertoppen op de grond kwam, maar dat het een kwestie was van scharnieren vanuit de heupen. Er werd een röntgenfilmpje gemaakt en ik zag mezelf als skelet rondlopen met een totaal vergroeide rug. De diagnose was “Morbus Bechterew”, een vorm van reuma, waardoor de ruggenwervels verbenen en aan elkaar groeien. Ik kreeg het advies naar een reumatoloog te gaan, maar dat moest wél via de huisarts, inmiddels nummer drie, die zelfs nog ooit eens geconstateerd had dat ik een te hoge bloedbezinking had, maar niet snapte hoe dat kwam, dus het er maar bij liet. Zo gebeurde het dat ik met een brief van de professor naar de huisarts moest om een verwijzing naar een specialist te krijgen. De omgekeerde wereld, maar anders zou de verzekering niet betalen. Van de reumatoloog kreeg ik niet alleen medicijnen tegen de pijn, wat al een hele vooruitgang was, maar ook fysiotherapie voorgeschreven.

Ook kreeg ik de raad eenmaal per jaar een reumakuur te volgen. In Nederland is dit iets wat niet in onze cultuur zit, maar zowel in Duitsland als in de vroegere Oostbloklanden zijn kuren voor allerlei ziekten heel gebruikelijk. De eerste keer zag ik er erg tegen op, maar het resultaat was fantastisch. Door de geneeskrachtige baden en dagelijkse therapieën hoefde ik na de kuur niet meer zo vaak te horen dat ik rechterop moest lopen en ook de pijn was iedere keer minder. In het begin werd nog alles door de ziektekostenverzekering vergoed, later slechts gedeeltelijk, maar ook bijbetalen had ik er graag voor over, want het hielp echt, alleen was het resultaat nooit blijvend, vandaar dat het ieder jaar opnieuw moest. Ik ging het liefst zo laat mogelijk in het jaar kuren als in Nederland de natte koude najaarswind voor veel pijn zorgde. Iedere reumapatiënt kan beamen dat zomers, als het weer nog warmer en droger is, de pijn sowieso minder is.

De jaren gingen voorbij, de kinderen werden volwassen en gingen hun eigen leven leiden en ik, dankzij de medicijnen tegen de pijn en de fysiotherapie, kon ik redelijk normaal functioneren. Het jaarlijkse kuren bleef ik volhouden, ook nadat ik was gestopt met werken en ook nadat ik een paar keer van ziektekostenverzekering was gewisseld omdat de één na de ander ermee ophield. Ook de kuuroorden veranderden nogal eens, maar ik hield het toch maar bij het vroegere “Oostblok”, vooral vanwege de lagere prijzen, lager dan in bij voorbeeld Duitsland. Ik was begonnen in Tsjechië, daarna werd het Slowakije en tot 2019 ging ik meerdere keren naar Sárvár in Hongarije. Dit was een uitstekend kuuroord en zo langzamerhand had zich een vast groepje gevormd, dat elkaar daar ieder jaar trof. De kuur zowel als de reis werden perfect georganiseerd door de vrijwilligers van de “Stichting Kuurreizen”, wat maakte dat de prijs tamelijk laag kon blijven en er maar betrekkelijk weinig bijbetaald hoefde te worden. Eind 2018 echter, kregen we bericht dat nu werkelijk álle ziektekostenverzekeringen ermee gingen stoppen, alleen Nationale Nederlanden (toevallig mijn verzekering) wilde nog bij wijze van overgang één keer in 2019 een deel betalen en dan ook met ingang van 2020 helemaal stoppen.

Omdat we op deze manier nog maar met z´n tweeën overgebleven waren en de tijd van het jaar waarop de kuur in Hongarije altijd plaatsvond ons niet zo goed uitkwam, besloten we samen voor een kuur in Montenegro te kiezen via de organisatie “Fontana”.

Hadden we het maar niet gedaan….

Natuurlijk miste Fontana het idealisme van een vrijwilligersorganisatie als de Stichting Kuurreizen, maar dat ze zich werkelijk onmenselijk zouden gedragen, hadden wij niet verwacht. Het begon al bij aankomst: men had gekozen voor een goedkope vliegtuigmaatschappij en we hadden dan ook prompt vertraging. We kwamen aan op het vliegveld van Dubrovnik in Kroatië en stapten daar in de bus die ons naar Montenegro zou brengen. Kennelijk wilde de Kroaten ons niet de E.U. uit laten gaan (òf Montenegro wilde geen Europeanen binnenlaten), maar het kostte ons uren wachten bij een grens die zich ooit midden in Joegoslavië had bevonden. De “hostess” die ons had opgevangen verzekerde ons dat er eten op onze kamer zou klaar staan en inderdaad, er stond een bord met een paar boterhammen.

Het was door al dit gedoe behoorlijk laat, we waren doodmoe en de volgende ochtend moesten we vroeg op dus pakten we nog bijna niets uit, maar gingen zo gauw mogelijk slapen.

De volgende ochtend zag ik al meteen dat er geen badmat op de vloer lag, maar ja, ik moest toch wel even douchen, zo voorzichtig mogelijk, dat wel. De betegelde vloer was spekglad en toen ik uit het bad klom, gleed ik uit. Ik kwam op mijn rug terecht en kon me meteen niet meer bewegen. Kuurgenote Nadja stond voor de deur om me te roepen voor het ontbijt, gelukkig hoorde zij de kreet die me ontsnapte en vroeg wat er aan de hand was. Ik kon nog uitbrengen dat ik was gevallen en Nadja ging hulp halen. Men heeft mij toen in een oude rammelende ambulance over hobbelige wegen naar een zeer slecht ziekenhuis gebracht. Ik kon een beetje door de raampjes kijken, maar dat was dan ook de enige keer dat ik iets van het prachtige Montenegro heb kunnen zien.

De kuur heb ik dus niet kunnen afmaken, waardoor ik ook het verzekeringsgeld niet heb kunnen terugvragen, want daarvoor zou ik een verklaring van het kuuroord nodig gehad hebben dat ik de kuur had afgemaakt. Nóch van Fontana, nóch van het kuuroord heb ik ooit een reactie gehad, behalve één keer een kaart van hun “team” waarin stond dat ze mij hadden gebeld, maar dat mijn telefoon niet werd beantwoord. Nu is dit – wat men in Amsterdam noemt – een gotspe, want ik lag met een gebroken rug en een delier in een ziekenhuis dus mijn telefoon thuis kon ik niet beantwoorden, maar mijn mobiele telefoon heb ik altijd bij me gehad en die is ook altijd opgeladen geweest.

Door het delier kan ik het mij niet herinneren, maar ik heb zelf (met mijn mobiele telefoon, die had ik dus bij me!) mijn oudste zoon gebeld en hij heeft de terugreis met de verzekering geregeld. Vanaf dat moment ging alles uitstekend: ik ging per ambulance naar het dichtstbijzijnde vliegveld, waar een Rode Kruis vliegtuigje stond te wachten dat mij naar Schiphol bracht. Op Schiphol stond de ambulance klaar om mij naar het AMC te brengen, waar ik direct werd geopereerd en ook verder zeer goed werd behandeld. Daarna ben ik voor herstel nog opgenomen geweest in het Boven IJ ziekenhuis en vervolgens ging ik ter revalidatie naar het Flevohuis in Amsterdam.

In maart 2020 kwam de Corona toestand en ik wilde alleen maar weg uit het Flevohuis omdat men zich daar slecht aan de voorschriften hield en ik – zeker gezien mijn leeftijd – voor mijn leven vreesde. Mijn oudste zoon woont op de Filippijnen, maar hij wilde voor een poosje naar Amsterdam komen om voor mij te zorgen en de aanpassingen in huis te begeleiden. Ik kreeg een rolstoel en een aantal aanpassingen in huis, waardoor alles nu weer een beetje normaler begint te worden en ik orde op zaken kan beginnen te stellen. De aanpassingen moest ik ook weer voor een deel zelf betalen ik ben veel geld kwijtgeraakt, wat ik dus niet van de ziektekostenverzekering terugkreeg omdat ik noodgedwongen de kuur niet had afgemaakt. Erger nog: ik was de kuur niet eens begonnen. Zelfs een ontbijt heb ik die eerste ochtend niet gehad!

Nu zit ik al meer dan een jaar thuis in een rolstoel, door corona kan mijn zoon Martin niet terug naar zijn vrouw in de Filippijnen en hij zit daardoor ook al ruim een jaar hier bij mij in huis.
Hoelang gaat dit allemaal nog duren? Geen idee!

© Copyright 2021 Marije van Urk
Gepubliceerd door SchrijfClub2021-Netwerk Hellen Gill and Friends
Meer over Marije van Urk: https://hellenjgillproductions.wordpress.com/2014/07/17/urk-marije-van/ en volg vrouw Zee Meermin in Kimmedorp: https://sjaneabtotzhellenjgill.wordpress.com/

Kategorien:Schrijfkunst

Tagged as:

Network Hellen Gill and Friends

Creative! (Scheppende!) Art in general.
Performances: Hellen Gill and Friends is an entrepreneurial network.
The Schrijfclub2021 is our network group in writing stories. Sjane Abtotz-HellenJGill is an alter ego who lives behind the horizon, together with her excentriek friends. This community has its domicile also behind the horizon in Kimmedorp. Den fisiti fu Frau Sjane Abtotz. Just follow Network Hellen Gill and Friends1982: https://hellenjgill.wordpress.com/
Twitter: https://twitter.com/hellenjgill Network: https://twitter.com/sjaneabtotzhellenjgill

%d Bloggern gefällt das: